OEE berekenen

OEERekenmodule

OEE is beschikbaarheid maal prestatie maal kwaliteit. Deze pagina toont de formule, rekent een voorbeeld voor je uit, en laat je met je eigen cijfers zien wat een hogere OEE op je lijn waard is.

Stap 1

Reken je OEE uit.

Vijf cijfers van een normale week. Je hoeft niets op te zoeken wat je niet al hebt.

De tijd dat de lijn had moeten draaien, zonder pauzes en gepland onderhoud.

Alles waardoor de lijn niet liep terwijl ze dat wel moest: storingen, omstellingen, wachten op materiaal.

Wat de machine per uur aankan bij dit product, op nominale snelheid.

Alles wat je opnieuw moest maken of weggooien.

Je OEE
72.9%

Beschikbaarheid maal prestatie maal kwaliteit. Elk van de drie zie je hieronder apart.

Beschikbaarheid
87.5%
Prestatie
85.7%
Kwaliteit
97.2%

De berekening gebeurt in je browser. Er wordt niets opgeslagen of verstuurd.

Stap 2

Wat levert een hogere OEE op?

Je cijfer van hierboven staat al ingevuld. Schuif naar waar je naartoe wil en je ziet wat het verschil waard is.

Twee ploegen, 230 dagen ≈ 3.680 uur.

Overgenomen uit stap 1. Je kan hem hier ook zelf bijstellen.

Bedrijven die van een buikgevoel naar een gemeten cijfer gaan, zien doorgaans 5 tot 12 procentpunt in het eerste jaar. Een richtcijfer uit onze eigen projecten, geen gegarandeerd resultaat.

Marge of dekkingsbijdrage per uur dat de lijn produceert. Een ruwe schatting volstaat.

Extra waarde per jaar · per lijn
€ 95.000

Zonder nieuwe machine, zonder extra ploeg, zonder een vierkante meter erbij.

OEE
60% → 70%
Extra productie-uren
380 u

Indicatieve berekening op basis van je eigen invoer, geen gemeten resultaat. We tonen bewust geen terugverdientijd: daarvoor is een prijs nodig, en die hangt af van je machinepark en de modules die je aanzet.

De formule

OEE staat voor Overall Equipment Effectiveness en bestaat uit drie factoren die je met elkaar vermenigvuldigt:

OEE = beschikbaarheid × prestatie × kwaliteit

  • Beschikbaarheid is de tijd dat de lijn effectief draaide, gedeeld door de tijd dat ze had moeten draaien.
  • Prestatie is wat de lijn produceerde, gedeeld door wat ze in die draaitijd had kunnen produceren op nominale snelheid.
  • Kwaliteit is het aantal goede stuks, gedeeld door het totaal aantal geproduceerde stuks.

Omdat je de drie vermenigvuldigt, zakt het eindcijfer sneller dan mensen verwachten. Een lijn met drie op het oog redelijke scores:

0,90 × 0,85 × 0,97 = 0,742

Dat is een OEE van 74,2%. Op 3.680 geplande uren betekent het dat er ongeveer 2.730 uur effectief goed product uitkomt, en dat er zo'n 950 uur verdwijnt in stilstand, traag draaien en afkeur. Geen van de drie factoren ziet er alarmerend uit; samen kosten ze een kwart van je capaciteit.

Welke cijfers je nodig hebt

Je hebt vier gegevens nodig, en ze staan meestal al ergens. De vraag is vooral of ze betrouwbaar zijn.

Wat het isWaar het meestal staat
Geplande productietijdDe tijd dat de lijn had moeten draaien, zonder pauzes en gepland onderhoudPloegenrooster of productieplanning
StilstandtijdAlles waardoor de lijn niet liep terwijl ze dat wel moestStilstandregistratie, of een blad aan de lijn
Nominale snelheidWat de machine per uur aankan bij dit productMachinedocumentatie of de snelste stabiele run
Goede en afgekeurde stuksHet aantal dat de lijn verliet, gesplitst in goed en afkeurWerkorder, weegbrug of kwaliteitsregistratie

De nominale snelheid is het cijfer waar de meeste discussie over ontstaat. Neem je de snelheid uit het machineboek, of de snelste snelheid die je in de praktijk stabiel haalt? Beide kan, zolang je het consequent doet: een OEE die je vergelijkt met vorige maand, moet op dezelfde basis gerekend zijn.

Wat is een goede OEE?

De referentie die de meeste bedrijven aanhouden komt uit de TPM-literatuur van Nakajima: een OEE van ongeveer 85% geldt als world class, en 60% is een gangbaar cijfer in discrete productie.

Die 85% is een richtpunt, geen doel op zich. Wat je cijfer waard is, hangt af van waar je vandaan komt en wat het je kost om het te verhogen. Een lijn die van 52% naar 60% gaat, wint meer capaciteit dan een lijn die van 80% naar 82% gaat, ook al klinkt het tweede indrukwekkender.

Vier fouten in de berekening

De meeste OEE-cijfers die we zien zijn niet fout gerekend, ze zijn onvergelijkbaar gerekend. Vier dingen die dat veroorzaken:

  • Geplande stilstand meetellen als verlies. Pauzes, gepland onderhoud en uren zonder order horen niet in de noemer. Wie ze meerekent, meet zijn ploegenrooster in plaats van zijn lijn.
  • Microstops niet registreren. Stilstanden korter dan de drempel vallen op geen enkel papieren blad op, en zijn samen vaak de grootste post. Ze verschijnen dan als een onverklaarbaar laag prestatiecijfer.
  • De nominale snelheid tussentijds aanpassen. Zodra de norm meebeweegt met de realiteit, meet je niets meer. Je cijfer blijft mooi en je verlies blijft onzichtbaar.
  • Per week rekenen in plaats van per order. Een weekgemiddelde verbergt welk product of welke ploeg het verschil maakt. Precies de vraag die je wil beantwoorden.

Van cijfer naar verbetering

Een OEE berekenen is eenvoudig. Er elke dag op sturen is dat niet, want dan moet het cijfer automatisch ontstaan uit wat de machines en de operatoren registreren, niet uit een blad dat iemand achteraf overtypt.

Dat is wat de OEE-module doet: de registratie gebeurt aan de lijn, het cijfer wordt per uur en per shift herrekend, en je ziet naast het getal ook waar het vandaan komt. Hoe dat er in de praktijk uitziet, lees je bij Moerman NV, waar de OEE-berekening van een manuele oefening naar realtime ging.

Voor maakbedrijven in West-Vlaanderen

Zet je hele productievloer op hetzelfde platform.

Geen 'big bang'. Als West-Vlaams team starten we bij jouw KMO met de eerste module op de eerste lijn, bewijzen we de waarde en bouwen we samen uit tot je totaalplatform, op het tempo en budget van een KMO.